Je werd de pauze
waar mijn hart telkens terugkeerde,
iets onbenoemds
dat meedeinde met mijn adem.
Ik probeerde je te plaatsen,
een naam te geven die het lichter maakte,
een moment,
een gedachte.
Maar sommige gevoelens
laten zich niet wegleggen.
Ik hield van je op plekken
die niemand ziet,
waar verlangen zacht klinkt
en wachten iets weg heeft van bidden.
Niet verboden door buitenaf,
alleen door wat ik wist
dat het in mij kon raken.
Toch bleef ik houden van
Ik zei ik hou van je
niet zoals eerder —
niet omdat het zo was,
maar omdat ik mezelf
even losliet.
Bij jou
voelde dat niet als verlies.
Ik draag je
niet als verwachting,
maar als iets dat meebeweegt,
diep genoeg
om niet vergeten te worden.
En als dit liefde was,
dan was ze eenvoudig
en echt.
Dit vraagt geen antwoord.
Het is alleen wat waar is geworden.
En mocht je nooit blijven —
weet dan
dat je werd bemind
op een manier
die zacht
veranderde
hoe ik in stilte ben.